Site icoon Woningcourant

Gietvloer ondervloer: welke vloeren zijn geschikt (en welke niet)?

Niet elke bestaande vloer is geschikt als ondervloer voor een gietvloer. Linoleum, kurk, zeil en marmoleum zijn in de meeste gevallen ongeschikt, terwijl beton, anhydriet en tegels onder de juiste omstandigheden wél als ondergrond kunnen dienen. Wat de ondervloer precies moet kunnen, en waarom sommige materialen afvallen, lees je hier.

Wat de ondervloer voor een gietvloer moet bieden

Een gietvloer wordt vloeibaar aangebracht en hardt daarna uit tot een strakke, egale laag. Dat proces stelt hoge eisen aan de ondergrond. De ondervloer moet vlak, droog, stabiel en voldoende draagkrachtig zijn. Bovendien moet er een goede hechting mogelijk zijn tussen de ondervloer en de gietvloer. Flexibele of zachte materialen geven mee onder belasting, waardoor de harde gietvloer er bovenop scheurt of loslaat.

Een andere vereiste is een lage restvochtwaarde. Beton heeft bij nieuwbouw tijd nodig om te drogen. Wordt een gietvloer te vroeg aangebracht op een natte ondergrond, dan kan de vocht doorsijpelen en bellen of verkleuringen veroorzaken. Vraag altijd een vochtmeting aan voordat je verder gaat.

Ongeschikte ondervloeren voor een gietvloer

Linoleum, marmoleum, zeil en kurk zijn over het algemeen niet geschikt als ondervloer. Deze materialen zijn te flexibel en bieden onvoldoende hechting. Een gietvloer die hierop wordt aangebracht, heeft geen stabiele basis en kan op termijn loslaten, scheuren of ongelijkmatig zakken. Kurk werkt bovendien als demping, wat de uitvoeringsfilm van de gietvloer verstoort tijdens het uitharden.

Ook houten vloeren (inclusief multiplex en spaanplaat) zijn problematisch. Hout werkt: het zet uit bij vochtigheid en krimpt bij droogte. Dat beweging zet zich door in de gietvloer, met scheuren als gevolg. In sommige gevallen wordt een ontkoppelende laag of versteviging aangebracht om dit te compenseren, maar dat vraagt altijd maatwerk en extra kosten. Ga hier niet zomaar van uit zonder overleg met een vakman.

Geschikte ondervloeren voor een gietvloer

Beton is de meest gebruikelijke en geschikte ondergrond. Het is stevig, vlak te maken en hechtmortel hecht er goed op. Wel moet de betonvloer vrij zijn van losse delen, vet, verf of oude lijmresten. Die moeten eerst worden verwijderd, bijvoorbeeld door frezen of stralen.

Anhydrietvloeren (ook wel calciumsulfaatvloeren genoemd) worden ook veel gebruikt als ondervloer voor gietvloeren. Ze zijn van nature al erg vlak, wat het werk vergemakkelijkt. Let hierbij goed op de vochtwaarde: anhydriet mag bij het aanbrengen van een gietvloer niet meer dan een bepaald vochtpercentage bevatten (doorgaans wordt 0,5% CM-waarde aangehouden, maar check dit altijd met de leverancier van jouw gietvloer).

Tegelvloeren kunnen in sommige gevallen als ondervloer dienen, mits alle tegels stevig vastzitten, er geen holle tegels zijn en de voegen niet te diep zijn. Losse of holle tegels moeten worden verwijderd en bijgevuld. Een primer is in dit geval bijna altijd nodig.

Wat je altijd moet controleren voor de gietvloer

Ongeacht het type ondervloer zijn er vier dingen die je vooraf checkt:

Wanneer de ondervloer vervangen of voorbereid moet worden

Is de bestaande ondervloer ongeschikt, dan heb je twee opties. Je kunt de oude vloer volledig verwijderen en vervangen door een geschikte ondergrond, of je laat een egalisatielaag aanbrengen bovenop de bestaande vloer. Dit laatste is alleen mogelijk als de bestaande vloer stabiel genoeg is om als basis te dienen. Egaliseren lost het probleem van flexibiliteit niet op, maar compenseert wel kleine oneffenheden en vormt een betere hechtvlak.

Twijfel je over jouw specifieke situatie? Laat de ondervloer beoordelen door een gespecialiseerde gietvloerlegger voordat je iets besluit. Een verkeerde ondervloer is na het gieten niet meer terug te draaien zonder de hele vloer te slopen, en dat kost een stuk meer dan een goede voorbereiding vooraf.

Mobiele versie afsluiten